|
Leidraad voor Nederlanders
Tussen het Nederlandse en het Duitse arbeidsrecht
bestaan talrijke verschillen.
Het Duitse arbeidsrecht is voor de werkgever soms
gunstiger dan het Nederlandse recht. Op
arbeidsovereenkomsten van Nederlandse werknemers, die
bij een bedrijf in Duitsland werken, is Duits recht van
toepassing.
De
belangrijkste wettelijke regelingen zijn te vinden in
het Bürgerliche Gesetzbuch (§§ 611 ff BGB), in het
Gesetz über Teilzeitarbeit und befristete
Arbeitsverträge (TzBfG) en het Kündigungsschutzgesetz
(KSchG).
Een belangrijk deel van het Duitse arbeidsrecht bestaat uit rechtspraak van
het Bundesarbeitsgericht.
Arbeidscontract volgens Duits recht
Een arbeidsovereenkomst kan volgens Duits
recht mondeling worden gesloten; wel heeft de werknemer
recht op een schriftlijk contract. Tijdelijke
arbeidsovereenkomsten moeten schriftelijk worden
afgesloten.
Bijzonder aandacht vragen regelingen over
proeftijd (Probezeit), tijdelijk arbeidscontract
(Befristung) en postcontractueel concurrentiebeding
(Wettbewerbsverbot) . Mislukte regelingen hierover
kunnen hoge schade voor de werkgever veroorzaken.
Bij het in dienst nemen van werknemers
moet de werkgever zich ook aan fiscale en
socialezekerheids regelingen, voor hem geldende CAO´s en
arbeidsveiligheidsvorschiften houden.
Tijdelijke arbeidsovereenkomst volgens Duits
recht
Normaliter is een looptijdbeperking alleen mogelijk als
daarvoor een zakelijke reden bestaat (§ 14 TzBfG).
Zonder zakelijke reden is een looptijdbeperking mogelijk
tot en met vier jaren in de eerste vier jaren na
oprichting van een bedrijf of tot en met twee jaren bij
nieuw in dienst tredende werknemers.
Opzegging (Kündigung) van een
arbeidsovereenkomst (ontslag) volgens Duits recht
Het Duitse recht kent wettelijke minimumopzegtermijnen (zie
§ 622 BGB). Iedere opzegging moet schriftelijk gebeuren.
Opzegging per telefax is niet voldoende. Het aanvragen
van een ontslagvergunning, zoals in Nederland bij het
CWI, kent het Duitse recht normaliter niet.
Ontslagbescherming is in het Kündigungsschutzgesetz
(KSchG) geregeld. De werknemer kan pas een beroep doen
op de ontslagbescherming als zijn arbeidsovereenkomst
langer dan zes maanden bestaat. Het
Kündigungschutzgesetz geldt niet voor een werknemer
wiens arbeidsovereenkomst is begonnen voor 01-01-2004
als het bedrijf vijf of minder werknemers heeft. Het
Kündigungschutzgesetz geldt niet voor een werknemer
wiens arbeidsovereenkomst is begonnen vanaf 01-01-2004
als het bedrijf tien of minder werknemers heeft.
Wil de werknemer rechtsgeldig beroep wil doen op de
ontslagbescherming moet hij binnen drie weken na
ontvangst van de ontslagbrief een klacht bij het
Arbeitsgericht indienen (§ 4 KSchG). Tegen de beslissing
van het Arbeidsgericht kan men bij het
Landesarbeitsgericht en vervolgens bij het
Bundesarbeitsgericht in beroep gaan.
Volgens het Kündigungsschutzgesetz is de opzegging niet
rechtsgeldig als de opzegging niet sociaal
gerechtvaardigd is (§ 1 KSchG). Niet sociaal
gerechtvaardigd is het ontslag als het niet door de
persoon van de werknemer, niet door het gedrag van de
werknemer en ook niet door dringende bedrijfseconomische
redenen gerechtvaardigd is. Zodoende is het voor de
werkgever aan te bevelen de opzegging en in het
bijzonder de ontslagredenen heel zorgvuldig te
formuleren. Een opzegging vanwege het gedrag van een
werknemer vereist meestal vooraf een aanmaning
(Abmahnung).
Het Duitse recht kent geen ontslagbescherming bij ziekte.
Naast de ontslagbescherming in het
Kündigungsschutzgesetz bestaan er voor bepaalde groepen
zoals gehandicapten en leden van de ondernemingsraaad
nog andere ontslagbeschermingsregelingen.
Ontslagvergoeding (Abfindung) volgens Duits
recht
De ontslagvergoeding is in Duitsland lager dan in
Nederland. In Duitsland wordt de beeindigingsvergoeding
in beginsel berekend door onafhankelijk van de leeftijd
van de werknemer uit te gaan van een half maandsalaris
per dienstjaar.
Ontslag op staande voet volgens Duits recht
Ontslaan op staande voet kan in Duitsland alleen binnen
viertien dagen na bekend worden van de dringende
ontslagreden (§ 626 BGB).
Salaris in Duitsland
Voor bepaalde branches bestaat er in Duitsland een
minimumloon. Werknemers hebben alleen recht op
vakantiegeld (Urlaubsgeld) en kerstgeld (Weihnachtsgeld)
als dit in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen of
als dit staat in een bindende CAO (Tarifvertrag) of een
ondernemingsovereenkomst (Betriebsvereinbarung,
Haustarifvertrag). De werkgever moet zich aan fiscale en
socialezekerheids regelingen houden. De werkgever en de
werknemer moeten normaliter ieder de helft van de
sociale verzekeringsbijdragen betalen.
Sociale verzekering en pensioen in Duitsland
Voor informatie over sociale verzekeringen (zorgverzekering,
werkloosheidsverzekering etc.)
en pensioenen in Duitsland kunt u in Nederland terecht
bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) - Bureau voor
Duitse Zaken (BDZ).
Loonbelasting in Duitsland
Voor vragen over belastingen en andere fiscale
zaken in Duitsland kunt u in Nederland terecht bij het
Team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO) van de Belastingdienst Limburg te Maastricht.
Philipp-Herlyn de Buhr, Nederlandstalige
Duitse advocaat (Rechtsanwalt), Hamburg
|